Holding Hands

Bescherming bieden

Steeds meer mensen zijn op de vlucht voor gewapende conflicten, geweld of vervolging. De meesten onder hen verlaten hun eigen land niet of blijven in één van de buurlanden in de regio. België en de Europese Unie spelen een belangrijke rol in het bieden van bescherming aan deze mensen. Eerst en vooral in het voorkomen van conflicten of bij het bemiddelen voor een oplossing. Vervolgens in het ondersteunen van opvang in de regio, en in het bestrijden van mensensmokkel en -handel. Maar ten slotte ook in het bieden van bescherming zelf. Het recht om asiel aan te vragen blijft de hoeksteen van het internationaal vluchtelingenbeleid. België onderschrijft dit volledig. Zij die bescherming nodig hebben volgens de Conventie van Genève of de Europese Kwalificatierichtlijn, zullen die krijgen. Via een snelle, kwaliteitsvolle procedure wordt hierover snel duidelijkheid verschaft. Ook andere kwetsbare groepen, zoals niet-begeleide minderjarigen en slachtoffers van mensenhandel en -smokkel, krijgen de nodige aandacht. België zal ook zijn verantwoordelijkheid nemen en zich ook solidair tonen via haar structureel hervestigingsbeleid en via relocatie binnen de Unie. Ook hier gaat er aandacht naar kwetsbare profielen.

Internationale bescherming

Het recht op asiel is een cruciale internationale verplichting van België. Het beschermen van personen die het risico lopen op individuele vervolging of op een onmenselijke behandeling bij terugkeer naar hun land van herkomst, vormt de kern van een asiel- en migratiebeleid dat bescherming wil bieden aan mensen in nood.

Toegang tot de procedure
  • De praktische obstakels om een verzoek om internationale bescherming in te dienen, zullen zo veel als mogelijk beperkt worden. Zo wordt, conform de uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel van 5 oktober 2020, niet langer gewerkt met het online aanmeldformulier voor verzoekers om internationale bescherming.

  • Vanaf het moment dat een persoon de wens uit om een verzoek om internationale bescherming in te dienen bij de Dienst Vreemdelingenzaken, zal deze gekwalificeerd worden als verzoeker en bijgevolg recht op materiële hulp genieten, overeenkomstig de Europese Opvangrichtlijn.

  • Uiteraard moet de werkwijze ook praktisch haalbaar zijn voor de verschillende betrokken instanties (DVZ en Fedasil) en met respect voor geldende sanitaire maatregelen. Er zal steeds toegezien worden op de bescherming van de betrokken werknemers en de verzoekers.

  • Er zal dan ook onderzocht worden hoe er voor de registratie in de toekomst gewerkt kan worden met een afsprakensysteem, zonder de toegankelijkheid van de procedure en de bijhorende rechten in het gedrang te brengen.

  • Sinds 2018 fungeert het Klein Kasteeltje als een aanmeldcentrum waar de verzoeken om internationale bescherming geregistreerd worden en een eerste opvang geboden wordt. Deze “one-stop shop” verlaagt de drempel tot de asielprocedure, is gericht op een kwaliteitsvolle identificatie van bijzondere noden en kwetsbaarheden, en laat een betere oriëntatie naar een aangepaste opvangplaats en dus efficiëntere benutting van het opvangnetwerk toe. De structuur en ligging van het Klein Kasteeltje is echter niet optimaal en het aanmeldcentrum zal in de toekomst verhuizen naar een meer aangepaste plaats. Dit zal o.a. een oplossing bieden voor de lange wachtrijen die nu vaak opduiken aan het Klein Kasteeltje. Dit verbetert de omstandigheden voor de aanvragers en beperkt de impact voor de buurtbewoners tot een minimum. In afwachting van deze verhuis zal verder gewerkt worden aan een vlotte samenwerking tussen DVZ en Fedasil en een flexibele organisatie van het aanmeldcentrum.

Kwalitatieve en snelle asielprocedure

Het CGVS zal ook in de volgende jaren in volle onafhankelijkheid correcte beslissingen nemen met betrekking tot de verzoeken om internationale bescherming. Er zal in deze procedure bijzondere aandacht geschonken worden aan bijzonder kwetsbare groepen, waaronder kinderen en slachtoffers van gendergerelateerd geweld, ook wanneer het gaat om personen afkomstig uit een veilig land van herkomst. De Vreemdelingenwet vermeldt ordetermijnen binnen dewelke het CGVS en de RVV beslissingen moeten nemen. Het blijft belangrijk dat beiden ernaar streven deze termijnen te respecteren, zodat verzoekers binnen de 6 maanden een antwoord krijgen over hun aanvraag. Ook hierbij is een toegankelijke en kwaliteitsvolle juridische begeleiding van groot belang. In samenwerking met de minister van Justitie, zullen we bijkomende maatregelen nemen om deze bijstand te garanderen. Op basis van de resultaten van de audits zal de gehele asielprocedure geoptimaliseerd kunnen worden door een geïntegreerde aanpak tussen asielinstanties en de opvang, zonder te raken aan de onafhankelijkheid van het CGVS en de RVV. Daarnaast zullen de betrokken instanties, zijnde de DVZ, het CGVS en de RVV een actieplan opstellen om de achterstand van hangende dossiers weg te werken.

Hervestiging

Via hervestiging wordt er in België bescherming geboden aan erkende vluchtelingen die, vaak al vele vele jaren, in een uitzichtloze situatie in vluchtelingenkampen verblijven in conflictregio’s. Bovendien is het een vorm van solidariteit met (arme en/of instabiele) landen die enorme druk op hun samenlevingen ervaren van de aanwezigheid van grote aantallen vluchtelingen(kampen). Sinds 2013 heeft België een structureel hervestigingsprogramma, dat gradueel werd opgevoerd. Het aantal hervestigde personen is sterk gestegen na 2015, maar opnieuw sterk gedaald na 2017. Het hervestigingsprogramma zal structureel versterkt worden, in het bijzonder voor de meest kwetsbare personen. België zal zijn gemaakte engagementen van de vorige jaren respecteren. Zo zullen er voor eind 2021, de deadline die door de Europese Commissie werd opgelegd, nog 1 615 personen hervestigd worden. Ook daarna zal België zijn verantwoordelijkheid opnemen en vluchtelingen hervestigen naar België. Hierbij zal beroep gedaan worden op de financiering die aangeboden wordt door de Europese Unie. Fedasil zal in het kader van het hervestigingsprogramma verder samenwerken via community sponsorship. Dit betekent dat een groep van individuen of een vereniging zich inzet om bijkomende hervestigde vluchtelingen op te vangen en te begeleiden tijdens het eerste jaar in hun nieuwe land. Op deze manier speelt een breder publiek een belangrijke rol in het opvang- en integratietraject van kwetsbare nieuwkomers binnen een gestructureerd kader, om zo de kansen op een succesvolle integratie te bevorderen.

Relocatie

Een gemeenschappelijk Europees beleid betekent ook dat er binnen de Unie solidariteit bestaat tussen de lidstaten. De ligging van een lidstaat mag niet bepalen wie de meeste lasten moet dragen. Dat geldt voor lidstaten aan de buitengrenzen, net als voor lidstaten die vaker te maken krijgen met de secundaire stromen binnen de Unie. Elke lidstaat dient haar verantwoordelijkheid te nemen. En tussen de lidstaten moet een solidariteitsmechanisme komen, waarvan relocatie een vorm is. Verantwoordelijkheid en solidariteit gaan hand in hand. Ook wat betreft de relocatie van verzoekers om internationale bescherming uit andere EU-lidstaten zal België zijn bijdrage leveren. Het Europees asielstelsel dient door de verschillende lidstaten gedragen te worden. Daarom zal België ook in de komende jaren engagementen aangaan om personen over te nemen vanuit andere lidstaten, zowel in solidariteit met landen die een hoge instroom kennen als in het kader van reddingsacties op de Middellandse Zee, waarbij de EU-lidstaten hun internationale verplichtingen nakomen. De regering geeft echter de voorkeur aan structurele oplossingen in het kader van het gemeenschappelijk asielstelsel van de Unie, bijvoorbeeld door structurele herverdelingsmechanismes in plaats van ad hoc relocaties. België zal daarbij benadrukken dat elke lidstaat inspanningen moet leveren.

 
 
 

Humanitaire visa

Na de onregelmatigheden die aan het licht kwamen met betrekking tot het uitreiken van humanitaire visa is het noodzakelijk om een transparanter beleid vast te leggen. De Staatssecretaris blijft bevoegd om op discretionaire wijze humanitaire visa toe te kennen, maar het beleid zal jaarlijks in het parlement besproken worden met de nodige inhoudelijke toelichting en het nodige cijfermateriaal. Op deze manier is er een a posteriori controle door het parlement op het beleid. Het humanitair visum is een instrument dat in zeer verschillende situaties kan toegepast kan worden. De regering zal haar beslissingsvrijheid correct benutten en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel respecteren.

 

Strijd tegen mensenhandel en -smokkel

Mensenhandel en -smokkel zijn zware vormen van misdaad. Mensenhandel is een moderne vorm van slavernij. Bij mensensmokkel worden slachtoffers exuberante bedragen afhandig gemaakt voor vervoer in vaak levensgevaarlijke omstandigheden. Het gaat om een miljardenbusiness die internationaal vertakt is. De methodes van de mensenhandelaars en -smokkelaars zijn gewetenloos en de slachtoffers bekopen dit niet uitzonderlijk met de dood. Voor deze regering is de strijd tegen deze vormen van misdaad dan ook een absolute prioriteit, waarbij prioritair wordt ingezet op de strijd tegen de daders en de netwerken die ze vormen. De opsporing en vervolging van daders en netwerken moet verder aangepakt worden. Slachtoffers dienen in eerste instantie als slachtoffers benaderd te worden en geïnformeerd worden over hun mogelijkheden op Belgisch grondgebied.

  • De gespecialiseerde centra mensenhandel spelen een cruciale rol in de strijd tegen mensenhandel. De federale regering zal bekijken hoe het statuut en de werking van deze centra geoptimaliseerd en versterkt kan worden. De voorbije jaren werden er opleidingen gegeven over mensenhandel aan personen in het veld. Deze opleidingen zijn essentieel voor de bewustmaking over de problematiek. Ook voor medewerkers van de open en gesloten centra zal in samenwerking met gespecialiseerde instanties een opleiding ontwikkeld worden om indicatoren van mensenhandel en economische uitbuiting te kunnen herkennen.

  • In het verleden werden preventie- en informatiecampagnes omtrent mensensmokkel opgezet om de verschillende betrokken partijen, zoals bijvoorbeeld voor de transportsector, te sensibiliseren. In samenwerking met gespecialiseerde instanties zullen ook de middenveldorganisaties, die vaak hulp bieden aan bijvoorbeeld transitmigranten, geïnformeerd worden over de problematiek. Op deze manier kunnen mensensmokkelaars herkend worden en kunnen er de nodige volgende stappen gezet worden.

  • De niet-begeleide minderjarige vreemdelingen vormen een groep die bijzonder kwetsbaar is. Het gaat in de eerste plaats over kinderen en jongeren die als dusdanig
    moeten beschermd worden. In samenwerking met de minister van Justitie zal de
    signalements- en identificatieprocedure verder versterkt worden en de begeleiding door de Dienst Voogdij verbeterd worden. Zo zal ook de aanwezigheid van de Dienst Voogdij in het aanmeldcentrum bekeken worden. Binnen de taskforce “niet-begeleide minderjarigen” worden duidelijke afspraken gemaakt opdat de opvolging van NBMV zo sluitend mogelijk is en deze kinderen en jongeren niet spoorloos in het niets verdwijnen. Wat betreft de verdwijningen van NBMV uit de observatie- en oriëntatiecentra van Fedasil is alvast een duidelijk protocol en een goede rapportering nodig als basis voor een verder beleid. Op basis van betrouwbare cijfers en input van experten terzake zal vervolgens onderzocht worden of een ander soort, laagdrempelige opvang of begeleiding noodzakelijk en mogelijk is voor jongeren in transit. Hiervoor zal samengewerkt worden met de bijzondere jeugdzorg en gespecialiseerde instellingen.

  • In 2017 werd door de bevoegde minister van Justitie de procedure om in België als staatloze erkend te worden aangepast, waardoor enkel nog de familierechtbanken die gevestigd zijn bij een Hof van Beroep bevoegd zijn hier kennis van te nemen. Dit heeft gezorgd voor een zekere centralisatie, specialisatie en dus en verhoogde kwaliteit van de beslissingen. Deze regering zal nu de verblijfsrechtelijke kant aanpakken, waarbij een erkenning als staatloze onder bepaalde voorwaarden leidt tot een verblijfsrecht, nl. wanneer zij buiten hun wil om niet kunnen terugkeren naar hun herkomstland.

 

Meer nieuws