• Sammy Mahdi

“Moet ik in deze maatschappij ooit zwarte kinderen op de wereld zetten?”

Bijgewerkt: mrt 12

OOK DEZE VLAMINGEN KRIJGEN NOG ALTIJD MET RACISME TE MAKEN: “MIJN ZOONTJE VROEG: ‘PAPA, WAT IS EEN BRUINE AAP?'”

Het extreme politiegeweld tegen een zwarte Amerikaan is uitgegroeid tot een wereldwijde aanklacht tegen racisme. Duizenden mensen delen hun verhaal - over hoe ze dagelijks harde woorden, maar ook subtiel racisme moeten incasseren. Van ‘bruine aap' tot niemand die naast hen wil komen zitten op de trein, of een vrouw die haar handtas dichter tegen zich aandrukt wanneer iemand met een andere huidskleur haar kruist: ook deze Vlamingen maken het nog altijd mee. Leonard Santos (29) Aalst, acteur en zanger: “Ze vroegen me of ik corona had geïmporteerd” “Ik besef dat ik bevoordeeld ben en dat anderen het moeilijker hebben”, zegt Ketnet-acteur en zanger Leonard Santos. Hij heeft Filipijnse roots, maar werd hier geboren. “Toch gebeurt het dat iemand een stap opzij zet als ik een winkel binnenga. Bij het begin van de coronacrisis hoorde ik ook vaak het grapje: ‘Heb jij dat virus meegebracht?' Ik was toen net verkouden. In augustus vorig jaar heb ik me nog heel kwaad gemaakt toen een ouder koppel een tijdlang ‘konnichiwa' (Japans voor ‘hallo', red.) riep naar mij en mijn zus. Toen ik me omdraaide en de vrouw me herkende vanop tv, zei ze plots dat ik haar chouchou was. Walgelijk.” Issam (34) Mechelen, ambtenaar FOD Justitie: “Lidgeld voor de gym moest ik in één keer betalen, niet per maand zoals de rest” “Enkele jaren geleden ging ik me inschrijven in een fitnessclub. Aan het onthaal kreeg ik te horen dat ik het lidgeld voor een heel jaar in één keer en meteen moest betalen: 900 euro. Toen ik diezelfde dag onder een Vlaamse naam terugbelde, mocht het plots wél in maandelijkse schijven van 50 euro. Achteraf hoorde ik dat die club dat trucje altijd toepast, om ‘een bepaald soort volk' buiten te houden.” Tweeling Henrique en Patrice Sapalo (28) Antwerpen, bedienden: “‘Neger' horen we zo vaak in het voetbal” “Wij spelen beiden al 17 jaar voetbal. Racisme komt daar heel vaak voor. Nog niet zo lang geleden riep een coach tijdens een match: ‘Pak die negers', terwijl hij zelf gekleurde voetballers heeft in z'n ploeg. We nemen het hem niet kwalijk. Veel mensen leven in hun eigen bubbel en gaan nauwelijks in gesprek met anders gekleurden. Over racisme horen ze maar sporadisch. Tegen hen willen we nu echt zeggen: ‘Informeer jezelf.'” Senna Et-tahiri (30) Brussel, accountant en studente: “‘ Nee, ik ben geen moslima', zeg ik maar meteen” “Bij elk sollicitatiegesprek, en ook wanneer ik iemand leer kennen, zeg ik altijd dat ik Belgisch ben opgevoed en dat ik geen moslima ben. Het zijn eigenlijk hun zaken niet, maar ik wil vervelende vragen of opmerkingen vermijden

gewoon omdat ik een ‘exotische' look heb en een ‘exotische' naam. Ik kreeg al genoeg beledigingen en gespuw.” Ivo Shimwa (23) Geraardsbergen, student: “Moet ik in deze maatschappij ooit zwarte kinderen op de wereld zetten?” “Ik woon nu zeven jaar in België. En merk het wanneer ik in de trein of op een bank in het park zit: de plaats naast me blijft altijd leeg. Omdat ik er nooit iets van zeg, kreeg ik - gelukkig - nog niet met verbaal of fysiek geweld te maken. Maar het lijkt wel alsof ik als vluchteling uit Mozambique dubbel zo hard moet werken. Wat vandaag in Amerika gebeurt, maakt me kwaad. Omdat dit ook mij, mijn vader of mijn zussen kan overkomen. Moet ik in deze maatschappij ooit zwarte kinderen op de wereld zetten?” Voor de coronacrisis ging ik elke woensdag na school een belegd broodje kopen voor ik naar huis fietste. Bij het buitenstappen moest er nooit iemand zijn rugzak afgeven voor controle, behalve ik: de zwarte jongen Brahim (35) Antwerpen, onderhoudstechnieker: “Buurman noemt me ‘racistische klootzak' sinds aanslagen” “Sinds de aanslagen in Brussel verslijt mijn buurman me voor racistische klootzak. Zo'n uitspraak verpest mijn dag, soms schrap ik er zelfs al mijn plannen door. Pas wanneer ik een vriendelijke buurman tegenkom, kan ik het plaatsen. Maar het blijft zwaar wanneer mijn zoon komt vragen wat ‘bruine aap' betekent.” Yemi Oduwale (33) Gent, acteur: “‘Waren de Belgische acteurs op?', vroegen ze toen ik in ‘Thuis' verscheen” “Ik ontwikkelde al jong een soort pantser waardoor ik het kan relativeren, maar ik krijg nog steeds regelmatig opmerkingen over mijn huidskleur. Sinds de verkiezingen

vorig jaar lijkt het precies weer te ‘mogen'. Toen ik voor het eerst in ‘Thuis' verscheen, vroeg iemand op sociale media of de ‘Belgische acteurs op waren', terwijl ik gewoon een Belgische acteur ben. Frappant: onlangs bleek dat mijn ouders - mijn vader is geboren in Nigeria, mijn moeder is Belgische - en ik 20 jaar geleden elk afzonderlijk een vluchtroute hadden uitgestippeld in ons huis. Voor wanneer mensen die het niet zo op kleurlingen hadden ons iets wilden aandoen.” Sammy Mahdi (31) Vilvoorde, federaal kamerlid voor CD&V: “Sommige vrienden denken dat racisme niet meer bestaat” “Af en toe word ik, ook nu nog, geweigerd door buitenwippers aan de ingang van een discotheek. Ik sta dan ‘niet op de lijst' of heb de verkeerde kleren aan, terwijl mijn vrienden met een minder ‘exotisch' kleurtje en gelijkaardige kleren gewoon worden binnengelaten. In mijn jongere jaren gebeurde het vaker, nu is het iets minder. Vermoedelijk heeft mijn bekendheid als politicus daar iets mee te maken. Sommige vrienden denken dat dat niet meer bestaat, tot ze erbij zijn als ik word geweigerd en zij gewoon binnen mogen.” Zelfa Madhloum (31) Puurs-Sint-Amands, woordvoerder Egbert Lachaert: “‘Ze moeten haar neerknuppelen', stond er op Facebook” Toen Zelfa vorige week aangesteld werd als woordvoerder van de nieuwe Open Vld-voorzitter Egbert Lachaert, kreeg ze bakken racistische commentaren over zich op sociale media. “Ze waren persoonlijk op mij gericht en riepen zelfs op tot geweld - dat ze mij zouden moeten neerknuppelen, bijvoorbeeld. Het was een hard ontwaken: racisme slaat je echt in het gezicht als het zo rauw en gemeen binnenkomt. Maar het is niet nieuw, en ik put er ook energie uit, om verder aan politiek te doen. Ik laat me niet in een

slachtofferrol duwen, het motiveert mij om nog beter mijn job te doen en het nieuwe verhaal van voorzitter Egbert Lachaert te versterken. Wat telt is de toekomst, en daar wil ik aan bouwen, elke dag.” Shanti Van Genechten (38) Diest, oprichtster Kinderwens ExpertiseNetwerk: “Altijd moest ik me harder bewijzen” “Toen ik nog in het ziekenhuis werkte als vroedvrouw heb ik meermaals racisme meegemaakt. Twee mama's waren pas bevallen en lagen samen op de kamer - de ene was blank, de andere niet. De blanke vrouw vroeg me of ik haar dringend op een andere kamer wilde leggen ‘want naast die zwarte' wilde ze niet verzorgd worden. Mijn huidskleur had ze wellicht over het hoofd gezien. Ik had vaak het gevoel dat ik me meer moest bewijzen: het lijkt wel alsof mensen met een andere huidskleur niets kunnen en al zeker niet als je geadopteerd bent. ‘Het zijn allemaal probleemkinderen', zei een opleidingshoofd van mijn vroegere hogeschool tegen me. Vandaag is die kwetsbaarheid, mede dankzij de mensen in mijn omgeving, uitgegroeid tot één van mijn grootste krachten.” Mohamed Nejjari, 37 Sint-Niklaas, receptionist: “Wij kiezen geen huis, de huisbaas moet ons kiezen” “Racisme is al zo lang ik me kan herinneren iets waar ik dagelijks mee geconfronteerd word: een vuile blik van iemand in de winkelstraat, een vrouw die haar handtas dicht tegen zich aantrekt wanneer ze mij kruist. ‘Je ziet dingen die er niet zijn', heb ik mezelf lange tijd ingeprent, tegen beter weten in. Want het gebeurt allemaal wél. Het pijnlijkste is wanneer ik met mijn echtgenote - die een hoofddoek draagt - over straat loop en zij scheef bekeken wordt. Zulke dingen kunnen onze hele dag verpesten. Maar ik ben optimistisch ingesteld, en heb mij intussen verzoend met het feit dat racisme nu eenmaal deel uitmaakt van mijn dagelijks leven. Al word ik af en toe nog altijd met de neus

op de feiten gedrukt. Bij de zoektocht naar een huis, bijvoorbeeld. De naam ‘Mohamed' schrikt veel mensen af. Ik zei het onlangs nog tegen mijn vrouw: ‘Schat, wij kiezen geen huis, de huisbaas moet ons kiezen.'” Vincent-Aaron Segers (29) Sint-Niklaas, focus-puller/eerste camera-assistent: “Mensen spreken me aan in het Engels” “Tot mijn vijfde middelbaar kreeg ik heel vaak te maken met racisme en pesterijen op school omwille van mijn huidskleur, maar vandaag is dat al een stuk beter. Maar toch: in winkels of op openbare plaatsen spreken mensen mij heel vaak aan in het Engels, omdat ze ervan uitgaan dat ik geen Nederlands spreek. Als ik hen dan vraag waarom ze mij in het Engels aanspreken, is het antwoord altijd ‘omdat je er anders uitziet'. Bijzonder storend, zeker in het multiculturele België van vandaag.” Nordin Izmar (29) Lokeren, teamleader Albert Heijn: “Scheef bekeken in de winkel” “Wanneer ik met mijn gezin - mijn vrouw draagt een hoofddoek - ga winkelen, worden we heel vaak scheef bekeken. Ook onze zoektocht om een huis te huren, verliep moeilijk. We grepen meermaals naast een huurcontract ‘omdat ze niet aan moslims verhuren'. En anderen zeggen dan weer onomwonden ‘dat wij goede moslims zijn, in tegenstelling tot vele anderen'. Dankzij mijn gezin en vrienden krijgt racisme me nooit klein en heb ik een dikke huid gekregen doorheen de jaren.” Theo Nsengimana (45) Aalst, CD&V-gemeenteraadslid: “Ik ben ‘één van de goeie'” “Toen onze oude buurman zou verhuizen, werden we bij hem uitgenodigd voor een afscheidsdrink. Daar leerden we ook onze nieuwe buurman kennen. Hij liet me ondubbelzinnig verstaan dat we niet welkom

waren: ‘Wat komt die hier doen? Weer een profiteur.' De anderen waren gechoqueerd. Uiteindelijk kreeg ik wel excuses. De man vertelde me dat ik ‘één van de goeie' was. Racisme is een automatisme geworden, zo lijkt het wel. Iedereen die zwart is, is slecht. Het doet pijn dat je nooit gewaardeerd wordt, wat je ook doet.” Khalid Benhaddou (32) Gent, imam: “Dit lost zichzelf niet op. Politiek moet ingrijpen” “Vandaag heb ik zelf niet meer te maken met racisme, maar mensen uit mijn omgeving wel. Als tiener werd ik systematisch gecontroleerd op voetbalpleintjes omwille van mijn huidskleur. Vandaag zie ik dat opnieuw gebeuren. Er moet een sterk en duidelijk politiek signaal komen. We kunnen dit niet meer overlaten aan de maatschappij, die het vanzelf wel zal oplossen. De politiek moet, net als bij de verdeling van mannen en vrouwen op bijvoorbeeld kieslijsten, actief ingrijpen. Ook op de arbeidsmarkt, waar racisme nog speelt, moet ingegrepen worden met praktijktesten. Alleen zo krijgt de jeugd een signaal dat ze écht deel uitmaken van de maatschappij.” Valérie Thys (44) Edegem, presentatrice: “Zo lang heb ik gezwegen, maar nu niet meer” “Als kind in een geprivilegieerde omgeving merkte ik niet veel van racistische opmerkingen. Nu pas besef ik wat mijn moeder moet hebben meegemaakt, toen ze in de jaren 80 met mij over straat liep en de reactie kreeg ‘wat een schoon geadopteerd kindje' ik was. Want zodra ik de veilige cocon van mijn ouderlijk huis verliet, was daar de realiteit. Ik mocht niet binnen in een discotheek. Hoorde dat ik niet slim genoeg was, dat ik terug naar mijn land moest of bananen moest gaan eten. Ook nu nog krijg ik de vraag van omstaanders of ze eens aan mijn haar mogen komen, of verschieten ze dat ik Nederlands spreek. Al die tijd zweeg ik, uit schaamte, uit zelfbehoud. Ik wilde niet doorgaan

voor ‘zeurderige neger' - waargebeurd. Maar doe ik nu mijn mond niet open, zal dat nooit gebeuren. Het mag niet dat de volgende generatie nog stééds met racisme te maken zal krijgen.” Mercy Meeus (16) Paal, scholier: “Nog altijd komen mensen ongevraagd aan mijn haar” “Ik kreeg deze ochtend nog een bericht van iemand die het nodig vond te schelden”, zegt Mercy. Ze was 1,5 jaar oud toen ze vanuit Kenia naar ons land kwam en postte de afgelopen dagen berichten en foto's op Instagram over het geweld in de VS. “Hij zei dat ik me te veel een slachtoffer voelde en dat alle Afrikanen moesten zwijgen. Dat we honderd jaar lang onze bek niet hebben opengedaan en dit allemaal onze eigen fout is. Ik heb hem geantwoord.” Mercy zegt vaak gepest te zijn geweest: ze was bijna het enige zwarte meisje op school. “Ook nu nog komen mensen ongevraagd aan mijn haar of krijg ik vieze blikken op de bus.”