• Sammy Mahdi

OPINIE De Tijd - Collectieve regularisatie is geen rechtvaardige oplossing

Opiniestuk door Sammy Mahdi voor De Tijd

De jongste weken duwt men mij in een hoek waar ik niet zit. In mijn angst voor het escaleren van de actie van mensen zonder papieren herhaalde ik van meet af aan één ding: er komt geen collectieve regularisatie. Dat is de enige eerlijke boodschap die ik kon geven, om te vermijden dat mensen zichzelf tot het uiterste zouden drijven. Ik geloof nog altijd dat dat de beste keuze is.

Met de volgende woorden kan ik echter moeilijk leven: ‘Hij vindt dat migranten beter thuisblijven’, en ‘hij vindt dat wij de miserie van de wereld niet moeten dragen’. Ik daag de schrijvers van zulke stukken uit. Zeg me waar ik dat ooit gezegd heb. U zult dat moeilijk terugvinden. Ik denk namelijk niet zo. Ik geloof in een menswaardig bestaan voor mensen, ook voor hongerstakers. Een framing ‘wij’ tegen ‘zij’ is niet waar dit debat om draait.

Dat ik mij verzet tegen een collectieve regularisatie betekent niet dat ik me verzet tegen het komen wonen, studeren, werken en leven van buitenlanders in ons land. Integendeel. De Dienst Vreemdelingenzaken geeft elk jaar duizenden vreemdelingen de nodige documenten om dat te doen. Ik zet me dagelijks in om dat vlotter te maken. Mijn eerste dossier als staats­secretaris was een akkoord te vinden met twaalf ministers, van alle bevoegde regeringen in dit land, om het digitale loket voor de toegang tot werk op te starten. Dat dossier sleepte al jaren aan. Via dat loket kunnen mensen makkelijker hun vraag om hier te komen werken indienen. Zo onmenselijk is Mahdi.

Elk jaar krijgen ook een paar duizend vluchtelingen wier leven in gevaar is bescherming in ons land, en ik ben daar trots op. Als elk land zo verantwoordelijk zou zijn, zouden veel mensen geen jaren moeten rondzwerven voor ze weer aan hun leven kunnen beginnen. Zodra ik staatssecretaris werd, hebben we het systeem opnieuw aangepast om mensen op de dag van aankomst opvang te bieden. Ik laat mensen die asiel aanvragen niet ronddolen op straat. Zo onmenselijk is Mahdi.

Ik geloof ook dat er bij de actievoerders mensen zijn die echt geen andere uitweg zien dan een verblijf hier. Ik herhaal nogmaals dat zij een aanvraag kunnen doen, en dat we die zullen bekijken. Maar nieuwe criteria verzinnen waarmee een arbitraire selectie van hen mag blijven en de anderen niet, daar pas ik voor.

De criteria tot verblijf zijn helder en duidelijk in alle andere verblijfsprocedures: arbeid, studie, gezinshereniging, asielaanvraag, beschermingsstatuut voor minderjarigen… De regularisatie blijft de uitzondering op de regel. Een uitzondering die ik als christendemocraat toepas voor kwetsbare personen die geen andere uitweg hebben.

Een collectieve regularisatie is niet rechtvaardig. Het is niet uit te leggen aan de jaarlijks 8.000 studenten die hier kunnen studeren na hard werken en na het nauwgezet verzamelen van alle documenten. Het is niet uit te leggen aan de 15.000 arbeidsmigranten van buiten de EU die hier aan de slag zijn omdat ze wel hun vergunning hebben aangevraagd en gekregen. En het is zeker niet uit te leggen aan de duizenden vreemdelingen die, elk jaar opnieuw, voor een vrijwillige terugkeer kiezen. Ook zij hebben een droom moeten opgeven. Al die mensen ­mogen terecht verwachten dat de regels die zij moeten volgen voor iedereen gelden.

Arbeidsmigranten hebben toegang tot de knelpuntberoepen in ons land, maar ze moeten wel de juiste procedure volgen. Daarvoor is de drempel verlaagd met het Uniek Loket, het is een vlotte procedure. Met een hongerstaking willen afwijken van die procedure is opnieuw niet wenselijk. In Brussel is die toegang tot de knelpuntberoepen veel beperkter dan in Vlaanderen. Er is dus nog veel werk aan de winkel om dat te verbeteren. Of om mensen met legale verblijfsstatuten aan het werk te krijgen, zoals erkende vluchtelingen, gezinsherenigers of asielzoekers. De Interministeriële Conferentie Integratie en Migratie moet daarover gaan. De arbeidsparticipatiecijfers liggen nog niet op de beoogde 80 procent.

Dat ik het verwijt krijg dat ik deze mensen geen menswaardig bestaan zou gunnen, raakt me. Iedereen heeft recht op een eerlijk loon. Niemand mag economisch uitgebuit worden. Ik roep iedere werknemer zonder papieren op om aangifte te doen van eventuele uitbuiting, en ik roep alle overheden op om gebruik te maken van de beschermingsmaatregelen die er zijn voor die werknemers. Ook zij hebben bij uitbuiting recht op een arbeidsongevallenverzekering, een ontslagvergoeding en sociale zekerheid.


Het is rechtvaardig hen een correct loon te geven, net zoals het rechtvaardig is om hen vervolgens te vragen daarmee een nieuwe start te maken in het thuisland, of, zo je wil, van daaruit weer een job te zoeken in België. Dat is geen ­onmenselijke boodschap.


Als men mij gespierde taal verwijt, wil ik wel dat dat gezien wordt als een vuist voor rechtvaardigheid, en niet als vaandelgezwaai in de wij-tegen-zijdiscussie. Er is geen ‘wij’ die zich moet verdedigen tegen ‘zij’. De auteur