• Sammy Mahdi

Werken aan kwaliteitsvolle vrije tijd voor kinderen in opvangcentra

Karel de Grote Hogeschool heeft belangrijk onderzoek gedaan naar de vrijetijdsbeleving van kinderen die in een opvangcentrum verblijven. Het belevingsonderzoek ging in 2019 van start. Twee opvangcentra in de provincie Antwerpen vormden de uitvalsbasis om met 34 kinderen tussen zes en twaalf jaar oud naar hun beleving van de vrije tijd en de schooltijd te kijken.

Staatssecretaris voor asiel en migratie, Sammy Mahdi, was aanwezig bij de voorstelling van de resultaten van het onderzoek en nam deel aan rondetafelgesprekken om zo een uitwisseling tussen praktijk en beleid mogelijk te maken.


Uit het onderzoek blijkt dat kinderen op de vlucht een grote behoefte voelen om hier een eigen plek te vinden. Ze voelen een druk om zich snel te integreren, onder meer op talig vlak, maar willen er ook graag bij horen en meer toegang vinden tot het plaatselijke vrijetijdsaanbod. Vandaag botsen kinderen nog te vaak op drempels. Denk maar het inschrijvingsgeld dat je moet betalen om lid te worden van een plaatselijke vereniging. Voor asielzoekers is dit financieel moeilijk. Bovendien moet je dit vaak betalen voor een heel jaar, hoewel asielzoekers misschien geen volledig jaar in het opvangcentrum verblijven. Ook op school is het niet altijd even makkelijk. De kinderen kampen met een taal- en leerachterstand, worden soms geconfronteerd met pesten en hebben behoefte aan rust en een langdurig onthaaltraject met vaste onthaalleerkrachten op dezelfde school.

Sammy Mahdi ging tijdens de ronde tafels in gesprek over de resultaten van het onderzoek.


“In een opvangcentrum is ongeveer één op de drie bewoners jonger dan achttien jaar. De meeste van hen komen in België toe samen met hun ouders. Fedasil schenkt bijzondere aandacht aan kwetsbare profielen zoals kinderen. Dat begint al bij de toewijzing van opvangplaatsen waarbij Fedasil rekening houdt met de specifieke situatie van de verzoekers zoals gezinnen met kinderen en niet-begeleide minderjarigen. Bepaalde opvangstructuren zijn immers beter aangepast aan de noden van sommige personen. Kinderen die in een opvangcentrum wonen, gaan naar school in de buurt van het centrum. Vaak gaan de kinderen eerst naar een onthaalklas, waar ze aangepaste lessen volgen. In de meeste opvangcentra krijgen de kinderen bovendien ’s avonds huiswerkbegeleiding door het personeel of vrijwilligers.

Het onderzoek van de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen is bijzonder waardevol omdat het ons inzicht verschaft in hoe kinderen hun tijd in een opvangcentrum ervaren. Er vinden vandaag al heel wat initiatieven plaats om kinderen een zorgeloze tijd te bieden. Opvangcentra werken samen met een brede waaier van lokale en regionale verenigingen om minderjarigen interessante activiteiten aan te bieden. Denk maar aan vzw Les Gazelles, BX Brussels, vzw Tumult, Jeugd Rode Kruis Vlaanderen, Kraainem FC, cultuurcentra en nog veel meer. Samen met de regionale ministers van jeugd willen we bestaande drempels voor kinderen in opvangcentra verder wegwerken en wordt gewerkt aan een breed beleidskader over vrijetijdsbesteding van jonge nieuwkomers. Kinderen moet kind kunnen zijn en daar hoort een kwaliteitsvolle vrijetijdsbeleving en schooltijd bij.”