Planes

Terugkeerbeleid

Niemand wint bij een verdere stijging van het aantal mensen zonder wettig verblijf. Zowel voor de Belgische samenleving als voor de betrokkenen zelf is het onwettig verblijf uiterst problematisch. Waar sommige van de huidige recepten om onwettig verblijf tegen te gaan verdienstelijk zijn en andere zelfs nodig zijn als schakel in het antwoord op onwettig verblijf, moet worden vastgesteld, onder andere uit het Rapport Bossuyt, dat de huidige aanpak geen afdoende antwoord biedt. Zij lijkt er niet in te slagen het aantal mensen in onwettig verblijf te verminderen. Daarom wordt gekozen voor een gediversifieerde aanpak, zowel wat betreft de concrete procedures en de betrokken partners. Centraal in deze visie staat het vermijden van onwettig verblijf door een aanklampend beleid en correcte informatieverstrekking door verschillende actoren vanaf de start van een verblijfsprocedure en het intensief begeleiden van mensen zonder wettig verblijf door in te zetten op een traject van toekomstoriëntatie waarbij alle opties met de betrokkene worden bekeken (van mogelijke verblijfsaanvragen, vrijwillige terugkeer tot het risico op gedwongen terugkeer). Een versterking van het terugkeerbeleid, zowel devrijwillige als de gedwongen terugkeer, is het sluitstuk.

Aanklampend terugkeerbeleid ontwikkelen

Pilootprojecten als deel van het antwoord op
onwettig verblijf

We merken de positieve resultaten op van projecten uit het buitenland die inzetten op de intensieve begeleiding en oriëntatie van mensen zonder wettig verblijf. De insteek van deze projecten is het voorzien van omkadering voor mensen zonder wettig verblijf en het inzetten op het intensief begeleiden en zoeken naar oplossing met de betrokkene. Er wordt een humanitair traject gestart dat toewerkt naar een duurzame oplossing. Dit kan een nieuwe verblijfsaanvraag zijn of de doorstroom naar het asielsysteem, maar ook de terugkeer en re integratie in het herkomstland. Ook in België namen bepaalde organisaties, steden en burgerinitiatieven al gelijkaardige initiatieven, maar ook federale instanties startten pilootprojecten om een gediversifieerde aanpak te verzekeren en tegemoet te komen aan de nood op het terrein, zoals het outreach team van Fedasil.

 

De bestaande initiatieven worden in kaart gebracht en geëvalueerd, met het oog op het verzekeren van complementariteit, de identificatie van good practices en een mogelijke multiplicatie van pilootprojecten. Op korte termijn wordt een overkoepelende visie uitgewerkt en wordt de rol van de verschillende migratieactoren verduidelijkt. Belangrijk is dat deze projecten bijdragen naar het zoeken van een oplossing voor de beperkte groep vreemdelingen die, buiten hun wil om, niet kunnen terugkeren naar hun herkomstland.

 

Aanpak transmigratie

Voorgaande projecten kunnen ook een rol spelen in het aanpakken van het fenomeen van de transmigratie. De aanwezigheid van derdelanders die via België naar het Verenigd Koninkrijk willen gaan, stelt zowel problemen op het vlak van overlast als op het humanitaire vlak. Een structurele oplossing zal echter maar mogelijk zijn als de verschillende lidstaten van de Europese Unie samenwerken rond deze problematiek. Het Europees Asiel en Migratiepact is hierbij cruciaal. Een specifieke aanpak voor deze moeilijk te bereiken doelgroep is aangewezen. Het gaat weliswaar om personen zonder wettig verblijf, maar vaak zijn het personen die in aanmerking komen voor een beschermingsstatuut in België. Het verlenen van informatie aan transmigranten door professionele hulpverleners is daarom cruciaal. Dit kan gaan over asiel en de Dublinverordening, vrijwillige terugkeer of de risico’s verbonden aan onwettig verblijf en aan een oversteek naar het VK.

 

Op dit moment is er een mobiel “outreachteam” van Fedasil aan het werk dat zich inzet voor informatieverstrekking aan personen met een zogenaamd “transitprofiel”. Dit project verloopt in samenwerking met Frankrijk met Europese financiering. Ook is er een project gefinancierd door Fedasil dat focust op het informeren van minderjarigen met een transitprofiel. De regering zal verder bekijken hoe deze manier van werken uitgebreid en versterkt kan worden. Ook de politie speelt een belangrijke rol in het verlenen van informatie na een aanhouding. Samen met de minister voor Binnenlandse Zaken wordt bekeken waar “transmigratie” opgenomen kan worden in de opleiding van politieambtenaren. Er zal ook blijvend aandacht gaan naar de onderliggende beweegredenen van deze personen om in transit te blijven en bijvoorbeeld geen asiel aan te vragen. De maatregelen die in de vorige legislatuur werden genomen om overlast van transmigratie tegen te gaan, samen met de minister voor Binnenlandse Zaken en samen met de deelstaten, worden geëvalueerd en bijgestuurd waar nodig.

Van vrijwillige terugkeer tot

gedwongen terugkeer

Vrijwillige terugkeer

De regering wil meer inzetten op vrijwillige terugkeer, met een sterkere begeleiding in alle fases van de procedure. Vrijwillige terugkeer moet steeds de eerste stap zijn in een evenwichtig terugkeerbeleid. Wanneer personen zelf overtuigd kunnen worden van een toekomst in hun land van herkomst, is een effectieve terugkeer van deze personen veel waarschijnlijker én duurzamer. De budgettaire kost van vrijwillige terugkeer is beduidend lager dan bij een gedwongen terugkeer. Door in te zetten op vrijwillige terugkeer vermijden we zo veel als mogelijk het gebruik van dwang en vrijheidsbeperkende maatregelen. Deze instrumenten moeten voorbehouden blijven voor personen die blijvend weigeren in te gaan op een bevel het grondgebied te verlaten.

Reeds vele jaren wordt sterk ingezet op vrijwillige terugkeer. “Vrijwillig als het kan, gedwongen als het moet” is het credo geweest van vele regeringen. Ook voor deze regering vormt dit de basis om haar terugkeerbeleid vorm te geven. De inzet op vrijwillige terugkeer zal echter verder worden geïntensifieerd. De regering zal streven naar kortere procedures, zowel voor eerste verblijfsbeslissingen als voor de beroepsprocedures. Met duidelijke informatie van bij het indienen van een verblijfsaanvraag vermijden we dat mensen zich in afwachting van een beslissing te sterk beginnen fixeren op een verder verblijf in ons land.

Tijdens de verblijfsprocedures zal vrijwillige terugkeer vaker actief opgenomen worden met betrokkenen. Met elke persoon afkomstig uit een land met lage beschermingsgraad moet reeds tijdens de procedure een concreet vrijwillig terugkeertraject worden opgestart. Voor veel personen zal dit een onaangename denkoefening inhouden, aangezien zij grote inspanningen hebben moeten leveren om tot in ons land te komen. Gezien het bekomen van een verblijfstatuut voor deze groep onwaarschijnlijk is, moeten zij snel met deze mogelijkheid geconfronteerd worden.

Proefprojecten die de voorbije jaren werden opgestart om personen competenties te laten verwerven die nuttig kunnen zijn bij een terugkeer, moeten worden uitgebreid. Vaak zien mensen terugkeer niet als een realistische optie. Door hen te versterken kan deze optie concreter vorm krijgen. In dit kader moet ook het samenwerkingsverband met Enabel versterkt worden en meer vaart krijgen.

Het aantal personen dat in ons land in aanmerking komt voor vrijwillige terugkeer is aanzienlijk. Om deze mensen te kunnen bereiken moet verder ingezet worden op samenwerking met verschillende organisaties en instanties die op regelmatige basis met deze doelgroep in contact komen. De nadruk zal hier liggen op samenwerking met organisaties op lokaal niveau. Zij staan vaak het dichtst bij de doelgroep en zijn dan ook belangrijke partners in dit verhaal.

Nog al te vaak wordt terugkeer door betrokkenen aanzien als een falen. Dit doet echter onrecht aan de vele mogelijkheden die gecreëerd kunnen worden voor iemand na terugkeer. Er zijn veel succesverhalen. Om ook de doelgroep hiervan in te lichten zullen gerichte informatiecampagnes worden opgestart onder andere door out-reachend te werken.

Ook het programma van vrijwillige terugkeer zal verder versterkt worden. Om in alle eerlijkheid mensen te kunnen overtuigen van vrijwillige terugkeer, moeten we ook verzekeren dat de re-integratiesteun die zij ontvangen volstaat om een nieuwe toekomst uit te bouwen. Om al te grote discrepanties tussen lidstaten te vermijden zal België in deze streven naar een uniforme aanpak door de verschillende Europese lidstaten.

Het mag duidelijk zijn dat we personen niet meer zomaar willen loslaten en aanklampend zullen werken. Om dit te kunnen realiseren is een goede afstemming tussen Fedasil en DVZ nodig. Dit zal echter steeds gebeuren met respect voor hun respectievelijke taken om te kunnen vrijwaren dat het programma Vrijwillige Terugkeer steeds ook effectief vrijwillig zal blijven.

Detentie

Minderjarigen kunnen niet vastgehouden worden in gesloten centra. De regering zal tegelijkertijd alternatieve maatregelen nemen om te vermijden dat dit misbruikt wordt om de terugkeer onmogelijk te maken. 

Ondanks de uitdrukkelijk inspanning die deze coalitie wil leveren om voorrang te geven aan vrijwillige terugkeer en de wil om alternatieven voor detentie te zoeken, blijft het noodzakelijk te erkennen dat er steeds personen zullen zijn die geen recht hebben op verblijf en toch op geen enkele wijze te overtuigen zijn van een vrijwillig vertrek. Voor hen blijft detentie met het oog op een gedwongen terugkeer de laatst overgebleven optie.

Het realiseren van voldoende plaatsen in gesloten centra is een voorwaarde voor het kunnen overgaan tot gedwongen verwijdering van vreemdelingen zonder wettig verblijf. Hiervoor wordt het bestaande Masterplan voor de uitbreiding van de capaciteit van de gesloten centra geëvalueerd en verbeterd om te voldoen aan de huidige noden. De opening van de voorziene nieuwe gesloten centra wordt gerealiseerd binnen de vooropgestelde timing, met de nodige aandacht voor de leefomstandigheden binnen de nieuwe centra. Daarnaast wordt er een nieuwe locatie gezocht ter vervanging van het gesloten centrum in Brugge dat in zeer slechte staat verkeert. De huidige omstandigheden het centrum zijn immers niet conform “de goede leefomstandigheden” die het regeerakkoord vereist. De Regie der Gebouwen heeft reeds aangegeven dat een nieuwbouw de enige oplossing is.

We houden rekening met de realiteit van de gedwongen terugkeercijfers onder het vorige beleid: De verhouding van verwijderingen t.o.v. de vasthoudingen in de gesloten centra daalde van 80 % in 2017, naar 61 % in 2018, tot 58,3 % in 2019. Steeds meer vreemdelingen werden opgesloten zonder dat dit leidde tot een effectieve verwijdering. Zij werden dus na verloop van tijd gewoon vrijgelaten. Samen met de hoge financiële kost van het verblijf in gesloten centra, onder andere berekend door de Commissie Bossuyt, wijst dit op de nood aan een rationelere inzet van de administratieve vrijheidsberoving.

Bovendien werken we aan een effectief rechtsmiddel, waarbij zowel de wettigheid als de opportuniteit van de detentie door de rechter kan getoetst worden. In dit kader bekijken we, op advies van de Commissie Bossuyt, de mogelijkheid voor de overheveling naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van de rechterlijke controle op de detentie van vreemdelingen, in overleg met de verschillende stakeholders.

Alternatieven voor detentie

Er wordt ten volle uitvoering gegeven aan de verplichting onder de Europese regelgeving om minder dwingende maatregelen voor detentie effectief uit te werken en toe te passen. Hiervoor wordt de haalbaarheid van de verschillende mogelijke alternatieven voor detentie onderzocht, voortbouwend op reeds bestaande studies.

 

Het gaat hier onder meer over de terugkeerhuizen, regelmatige administratieve en/of politionele controles, huisarrest, borg en elektronisch toezicht. Er zal gezocht worden naar de ontwikkeling en toepassing haalbare alternatieven voor detentie die een effectieve terugkeer tot resultaat hebben, zonder dat er een georganiseerd gedoogbeleid wordt gecreëerd. Deze alternatieven zullen op een systematische manier geëvalueerd worden om ze indien nodig bij te sturen.

 

De mogelijke alternatieven voor detentie zullen bovendien systematisch onderzocht worden bij het nemen van individuele beslissingen. Het potentieel van de intensieve coaching van vreemdelingen zonder wettig verblijf wordt hierin erkend. De nodige regelgeving wordt ontwikkeld om de concrete toepassing van alternatieven voor detentie te verzekeren.

 

Praktijken die hun nut reeds hebben bewezen, zullen worden verdergezet en uitgebreid. Bijvoorbeeld het verlengen van het Bevel om het Grondgebied te verlaten voor personen die reeds stappen naar vrijwillige terugkeer hebben genomen, maar deze niet kunnen voltooien binnen de termijn die het BGV hen gaf. De praktijk van terugkeerhuizen of woonunits en andere mogelijke alternatieven voor detentie voor gezinnen zonder wettig verblijf met minderjarige kinderen worden geëvalueerd en mogelijks uitgebreid om ervoor te zorgen dat ook (gedwongen) terugkeer een optie blijft voor deze doelgroep.

 

Er zal actief gezocht worden naar het ontwikkelen van andere mogelijke alternatieven en hun concrete uitwerking. Hiervoor kijken we over de landsgrenzen heen naar goede praktijken die daar toegepast worden, en gaan we de dialoog aan met de academische wereld en het middenveld.

Gedwongen terugkeer

Gedwongen terugkeer is het sluitstuk van een beleid dat resoluut inzet op het tegengaan van onwettig verblijf. Voor vreemdelingen zonder wettig verblijf waar de eerder besproken fases van de aanklampende aanpak en gediversifieerde antwoorden niet tot resultaat leiden, kan overgegaan worden tot administratieve aanhouding met het oog op de gedwongen verwijdering van het grondgebied. Er wordt ingezet op de volgende maatregelen om een efficiënt gedwongen terugkeerbeleid te ontwikkelen, in lijn met verschillende aanbevelingen van de Commissie Bossuyt:

  • De vasthouding met het oog op gedwongen terugkeer, moet tot de kortst mogelijke duur beperkt worden. De regering onderzoekt alle mogelijkheden om de gemiddelde detentieduur verder te beperken en de efficiëntie van het terugkeerbeleid te verhogen.

  • In aansluiting op de bovenvermelde nood aan een rationelere inzet van de administratieve vrijheidsberoving, wordt enerzijds prioritair ingezet op de verwijdering van personen die misdrijven gepleegd hebben, een gevaar vormen voor de openbare orde of overlast veroorzaken, en personen waarvoor een effectieve terugkeer realistisch
    is. De goede praktijk om personen die inbreuken pleegden op de openbare orde rechtstreeks vanuit de gevangenis te verwijderen en zo plaatsen in gesloten centra te vrijwaren, wordt verdergezet. Door het inzetten van terugkeercoaches van de DVZ in de gevangenissen zullen gedetineerden beter geïnformeerd worden over de mogelijkheden van vrijwillige terugkeer en kan een grote winst geboekt worden in de snelheid van de identificatieprocedure en de organisatie van de rechtstreekse gedwongen terugkeer vanuit de gevangenis indien nodig.

  • Anderzijds wordt ingezet op duurzame migratiedialogen met landen van herkomst en transit als instrument om het personenverkeer tussen landen op een veilige, wettelijke en ordentelijke manier te doen verlopen. Bij diplomatieke contacten en tijdens officiële bezoeken zullen vertegenwoordigers van derde landen worden aangesproken over samenwerkingsopportuniteiten. Er wordt volop ingezet op het onderhandelen van re-admissieakkoorden. Sluitende en ook afdwingbare akkoorden, over de technische afhandeling van identificatieprocedure en de modaliteiten rond het terugnemen van in onwettig verblijf verkerende onderdanen zijn onontbeerlijk om het gedwongen terugkeerproces zo efficiënt mogelijk te laten verlopen en dus ook de duur van een mogelijke detentie zo kort mogelijk te houden. Zo zal een positieve impuls gegeven worden aan de tientallen lopende dialogen over readmissie, bilateraal en in EU- en BENELUX-verband. Zodra de COVID-pandemie dat toelaat, worden officiële missies ondernomen om partners en projecten ook ter plaatse te spreken en te bezoeken. Ook de effectieve uitvoering van bestaande akkoorden wordt geëvalueerd en bijgestuurd waar nodig. Het Parlement zal inzage krijgen in de afgesloten overeenkomsten, zonder de vertrouwelijkheid ervan in gevaar te brengen.

  • Samenwerking overstijgt echter “terugkeer” in de enge zin van het woord. De relaties met Maghreblanden wordt nieuw leven in blazen, voornamelijk door het afsluiten van akkoorden en opzetten van projecten met een technische finaliteit, bijvoorbeeld rond identificatie en gegevensuitwisselingen. Dit zijn noodzakelijk stappen om te kunnen evolueren naar een werkelijke terugkeer. Het beleid schenkt aandacht aan een betere opvang en bescherming in de herkomstregio’s. Daarnaast wordt onderzocht hoe en waar België een rol kan spelen in het aanpakken van de grondoorzaken van irreguliere migratie en wat de mogelijkheden van legale migratiekanalen zijn in het licht van de noden van onze arbeidsmarkt en kenniseconomie. Sub-Sahara Afrika is daarbij een prioritaire regio. Dit vraagt om een geïntegreerde benadering en consultaties met gouvernementele en niet-gouvernementele entiteiten. De FOD Buitenlandse Zaken en Enabel zijn natuurlijke partners omwille van hun expertise op diplomatiek vlak en in ontwikkelingssamenwerking, maar evengoed kan een samenwerking opgezet worden over materies die tot de bevoegdheid van de FOD Binnenlandse Zaken, het Ministerie van Defensie of de deelstaatregeringen behoren. Een coherente aanpak is aangewezen, zo is belangrijk dat migratie hoog op de agenda staat van de bilaterale betrekkingen van België met de belangrijkste herkomstlanden. Onder meer voor het starten van vernieuwende projecten. In het kader van een circulaire migratie kunnen de migratiedialogen een belangrijke faciliterende rol spelen. Er wordt verder ingezet op ontradingscampagnes in de belangrijkste herkomstlanden, al dan niet in het kader van de migratiedialogen.

 

De te nemen maatregelen om te verhinderen dat de verwijdering door manifest gebrek aan medewerking onmogelijk wordt gemaakt, worden onderzocht, met aandacht voor het waarborgen van de grondrechten. Er wordt een alternatieve oplossing gezocht voor de problematiek waarbij vreemdelingen zonder wettig verblijf weigeren hun woning te verlaten. Een voorstel daartoe wordt aan de regering overgemaakt. In lijn met de aanbevelingen van de Commissie-Bossuyt, wordt ook onderzocht hoe verblijfs- en beroepsprocedures die tijdens de vasthouding met oog op verwijdering worden ingediend, op een efficiëntere en prioritaire wijze kunnen worden behandeld teneinde onnodige verlenging van vasthouding te voorkomen. Wat betreft de identificatie wordt ingezet op een betere informatiedeling met politie, parket en andere instanties om te verzekeren dat identiteitsdocumenten die worden voorgelegd in andere procedures, ook ter kennis worden gebracht aan DVZ.

Om het identificatie- en verwijderingsproces op efficiënte wijze te ondersteunen wordt ingezet op digitalisering en automatisering waar mogelijk; dit met de nodige verbindingen tussen diverse databanken en uiteraard steeds met respect voor de geldende Europese regelgeving inzake de uitwisseling en gebruik van persoonlijke gegevens. Er wordt geïnvesteerd in de IT-ondersteuning die nodig is om tot een performant beleid te komen.

In samenwerking met de minister van Binnenlandse Zaken wordt bekeken hoe de luchtvaartpolitie zo efficiënt mogelijk kan worden ingezet, onder andere bij het inzetten van escortes bij gedwongen terugkeer. België zal ook in de toekomst een betrouwbare partner van Frontex zijn. We blijven terugkeervluchten organiseren waar ook andere Europese landen aan kunnen deelnemen en tekenen zelf in op vluchten georganiseerd of gefaciliteerd door Frontex. De vereiste wettelijke initiatieven om gebruik te kunnen maken van door Frontex aangeleverde escorteurs bij terugkeervluchten en individuele gedwongen repatriëringen worden zo vlug mogelijk aangenomen en uitgevoerd.

 
 
 
 

Regularisatie

Het oriënterend en aanklampend beleid voor mensen in en op het einde van de procedure, gepaard met een coherent en efficiënt terugkeerbeleid, zal reeds een invloed hebben op het aantal personen in onwettig verblijf. Deze regering blijft de regularisatieprocedure zien als
een uitzonderingsprocedure voor zeer specifieke situaties. Aanvragen worden op individuele basis behandeld en geval per geval beoordeeld. Het blijft een discretionaire bevoegdheid.

 

Meer nieuws